Het milieuprotest van Urk

Urk vecht tegen de komst van twee megawindmolenparken die gepland staan ten zuiden en noorden van Urk. Een werk dat onmiskenbaar grote gevolgen heeft voor Urk en haar omgeving. Daarbij lijkt het wel of de geschiedenis zich herhaalt. Ooit protesteerden de Urkers tegen de afsluitdijk. Organisaties als Greenpeace en Milieudefensie bestonden toen nog niet. De afsluitdijk heeft wel enorme gevolgen gehad voor ons milieu. Zonder afsluitdijk was het IJsselmeer nu te vergelijken geweest met een visserij- en natuurgebied als de Oosterschelde. Nu is het een kunstmatig meer,  een broedplaats voor muggelarven en een broeinest van blauwalg. Elke muggenplaag op Urk is uiteindelijk een gevolg van de afsluiting. 

Met de windparken moet Urk opnieuw de gevolgen slikken van een enorme ingreep in het milieu. Een ingreep die de impact van menig groot infrastructureel werk te boven gaat. Naast de zichtbare gevolgen ook gevolgen die nu nog niet zijn te voorzien. Wat als bij de molens de vissoorten wegblijven die muggenlarven vreten? Meer muggen zal ons deel zijn. Urk protesteert net als bij de afsluitdijk. Zonder hulp van de milieubeweging. Die komt niet in beweging als er iets te redden is. Urk voert een eenzame en een (bijna) verloren strijd. Er gloort echter hoop. Volgens de uitzending van NOVA van 30 augustus 2010 komt bij het minderheidskabinet in wording de wind uit een andere hoek. Kernenergie heeft de toekomst. Kernenergie als wapen tegen de opwarming van de aarde en het opraken van fossiele brandstoffen. Alleen een rechts kabinet kan het milieu rond Urk nog redden.

Harde heelmeesters

Om 11.00 (3 augustus 2010) kom ik de ziekenhuiskamer binnen om Hilda, mijn vrouw, op te halen. Schigtig loop ik naar binnen, want het lampje brandt op rood. Kennelijk heeft iemand hard hulp nodig. Een oude man zit op zijn stoel. Blik op oneindig naar buiten. Tegenover Hilda ligt een bejaarde vrouw te kreunen. Zij heeft al lang geleden op het rode knopje gedrukt. Eén keer beweegt de oude man zich en vraagt of Hilda voor hem ook op het rode knopje wil drukken. Hij houdt het niet langer vol op zijn stoel. Een minuut later werpt een broeder een blik in de kamer. Hij drukt de ingeschakelde alarmen uit, draait zich om en loopt weg. Hilda geeft aan dat dit nu al voor de tweede keer zo gaat. Gaatdat tegenwoordig zo in de zorg? Of is dit nu het verschil tussen Lelystad en Sneek? Een woede komt in mij op. Even speel ik met de gedachte om zelf die man maar weer in zijn bed terug te leggen. Ondertussen duwt de oude vrouw weer op de rode knop. Na een minuut of tien komt de broeder opnieuw. Nu gaat hij naar de vrouw en vraagt beleefd wat er aan scheelt. “Oh dokter ik heb zo’n pijn”. De broeder antwoordt:  “Ik zie het, je pijnstillers staan nog onaangeroerd. Waarom heb je die laten staan? Logisch dat je nu pijn hebt”. Vervolgens werkt hij zonder pardon een aantal pillen bij haar naar binnen. Deze broeder kent dus zijn pappenheimers. Maar waarom geeft hij dat oude mens nog voorrang boven de oude meneer in zijn stoel? Dat blijkt al snel. De broeder geeft aan dat hij terug in zijn bed mag, maar niet eerder dan dat is afgesproken dat hij tijdens het middageten weer op zijn stoel gaat zitten. De oude man protesteert, maar met alleen liggen wordt hij niet beter. De broeder is daarom onverbiddelijk  streng. Ondertussen dreunt een gespierde zuster de kamer binnen en bevrijdt Hilda van haar infuus. Eindelijk mogen we naar huis. Met een goed gevoel. Niet alleen omdat het beter gaat met Hilda. Ook omdat de zorg niet ten onder gaat aan heelmeesters die stinkende wonden maken.