Een kwartje voor Greenpeace

‘Geef babyvisjes een tweede kans’. Een leus van Greenpeace? Stichting Noordzee misschien? Nee. Een nieuwe milieugroep dan? Nee, ook niet. Een linkse politicus? Partij voor de Dieren? Nee ook niet. Een kok die ecologisch wil koken? Ook niet, die verslikte zich in een tilapia. Leeft de milieubeweging nog wel? Ja, want zaterdag zag ik hem nog op het journaal, die gast van Greenpeace. Met een gezicht alsof hij een fles azijn had ingeslikt. Terwijl hij juist blij had moeten zijn. Want er is toch een actiegroep opgestaan de opkomt voor een gezonde zee. Een actiegroep met een nog grotere vloot dan Greenpeace. Een groep die zaterdag 27 augustus 2016 in Rotterdam haar stem liet horen: ‘Geef babyvisje een tweede kans’.

En daar stond die zaterdag ook mr. Greenpeace. Te verdedigen dat het goed is dat babyvisjes verplicht moeten worden aangevoerd. Dat ze worden overgoten met rode verf en worden verwerkt als afval. Hoe kan dat? Want als ik dat zie, dan bloedt mijn hart. Mijn hart als mens, mijn hart als milieuadviseur. Dit druist in tegen alles wat ik heb geleerd. En het druist ook in tegen alles wat onze overheid tot voor kort in haar milieuwetten heeft vastgelegd. Ja u leest het goed: de verplichting om alle vis aan te landen, ook de babyvisjes, heeft niets met milieu te maken of het verduurzamen van de visserij.

Ik zal het uitleggen met een eenvoudig en met succes jarenlang toegepast principe in de milieuwereld: de Ladder van Lansink. Die werkt heel simpel. Je kijkt bij afval altijd in deze volgorde wat mogelijk is:

  1. preventie
  2. hergebruik
  3. recycling
  4. energie
  5. verbranden
  6. storten.

Je kijkt eerst of preventie lukt. Lukt dat niet dan kijk je naar hergebruik. Is hergebruik ook  geen optie, ga je naar recycling enz. Mede met dank aan de ladder van Lansink wordt van een autowrak bijna 100% van de oorspronkelijke grondstoffen weer in nieuwe producten verwerkt.

Wat is nu de grote fout van Greenpeace? Die zijn van de ladder gevallen, want na preventie hebben ze de sport hergebruik en recycling gemist. We gaan weer terug naar de visserij en haar bijvangst. Vele preventieve maatregelen zijn er getroffen. Denk aan de maaswijdte die niet te klein mag zijn. De meeste ondermaatse vis glipt al door de mazen. Garnalenvissers gebruiken de zeeflap in hun net. Deze laat de garnalen door, maar houdt vissen tegen die daardoor ontsnappen. En dan hebben we ook nog nieuwe innovaties. Bijvoorbeeld de pulskor die minder bijvangst heeft.

Bij afval is er nooit zoveel preventie dat je geen afval meer hebt. Zo heb je in de visserij nooit zoveel preventie dat je geen bijvangst meer hebt. Zelfs met een vishengel heb je nog bijvangst. Waar moet je dan naar kijken? Stap 2: hergebruik. Je vangt een te kleine vis, je zorgt dat die blijft leven, laat hem weer zwemmen en als hij groot is vang je hem weer. Dat is hergebruik. En wat zegt Green Peace: nee, de kans van preventie is gemist, dus geen tweede kans voor de babyvis. Dit terwijl een 70% van de gevangen ondermaatse tong kans ziet om te overleven………… Eventuele innovaties om de overlevingskans te vergroten worden zo ook in de kiem gesmoord. In plaats van tweede kans, gemiste kans.

Misschien zegt u: maar 30% van die jonge tongetjes gaat nu nog wel dood. Dat klopt. Maar daarvoor hebben we stap 3 en 4: recycling en energie. Voor een deel komt de dode vis terug  in het ecosysteem van de zee. Daar worden ze weer gegeten. Gegeten door vissen, krabben, kreeften, wulken en tal van klein wriemelend gedierte. Die laatste vermenigvuldigen zich snel en worden weer gegeten door levende vissen. Ook die 70% overlevende tongetjes profiteren daarvan. Dit verklaart ook waarom de visserijgronden nooit uitgeput raken. De visserij is een onderdeel van het ecosysteem. Ik noemde ook energie. Geen energie voor de mens, maar energie voor de natuur. Vogels die zich kunnen voeden met goed eiwitrijk voedsel. Greenpeace, doe je het niet voor de vissers, doe het dan voor de vogels…. Weer een gemiste kans.

Wat is er dan toch met Greenpeace en aanverwante organisaties aan de hand? Is niet het probleem dat ze kapitalistisch zijn geworden, teveel een bedrijf? Kapitalistisch met dank aan gelden van goksyndicaten als de postcodeloterij. Geld dat je dan niet van betrokken burgers hoeft te krijgen. Draagvlak heb je dan niet meer nodig, alleen een goede lobby bij de geldschieter. De geldschieter overtuig je dan met zelf bedachte problemen, zoals de visserij. En met dat zgn. probleem stenen gooien en babyvisjes met verf bekladden. De visserij, notabene een vroegere vriend van Greenpeace. In het verleden trok visserij en Greenpeace gezamenlijk op tegen het afvalverbranden op zee. Jarenlang liep ik gewoon met een Greenpeaceshirt over Urk. Een groen shirt met walrus in rubberboot. Ooit waren we vrienden. Een vriend zoals ooit Fethullah Gülen samen optrok met Recep Tayyip Erdoğan. Geld en macht doet rare dingen met mensen, ook met milieuactivisten. Dit terwijl er voor het zogenaamde visserijprobleem niet meer dan een kwartje nodig was geweest. Je hoeft die alleen maar te horen vallen. Daarvoor kun je het kwartje nog hergebruiken ook, een tweede kans.

actie EMK Rotterdam

Vissen voor volk en vaderland

Minister Opstelten en Staatssecretaris Teeven zijn opgestapt, 10 maart 2015. Aanleiding: de kamer onjuist informeren over het bedrag dat de veroordeelde drugscrimineel H. heeft ontvangen in 2000.  Een slordige 4,7 mln, belastingvrij. De beloning voor een zgn. ‘kleine’ vis met als doel een grotere vis te vangen. Een beloning door Teeven bij zijn aftreden uitgelegd als ‘deal voor volk en vaderland’.  En dat is wat zgn. crimefighters als Fred Teven ons al jarenlang voorhouden: de grote vissen moeten worden gevangen, de zware criminele moeten worden gepakt. Het klinkt logisch. Heel erg logisch. Totdat je kijkt en luistert, totdat je ziet en hoort wat er om je heen gebeurt. Een gesprek met de Moedige Moeders, een praatje met Waypoint, even meelopen met Bezorgd Urk.

Het grote vissenbeleid is niet nieuw. Dat is zeker al 25 jaar wat de klok slaat. Het grote vissenbeleid heeft echter niet verhinderd dat ook drugs onderdeel is geworden van het uitgaansleven op Urk, onderdeel van het uitgaansleven in heel Nederland. Het begint net als drank ‘normaal’ te worden. Dat is gevaarlijk, levensgevaarlijk. Het opstappen van de bewindslieden Opstelten en Teven hoort niet te gaan over een bonnetje wat niet aan de Tweede Kamer is verstrekt. Het opstappen staat symbool voor het totale faillissement van het grote vissenbeleid.

Maar waarom werkt het pakken van juist de grote vissen niet? Dan worden toch de echte criminelen gepakt? Het antwoord is heel simpel. Het Openbaar Ministerie is de organisatie die boeven moet vangen. Vergelijk het met het vangen van vis. Voor een visser is het van belang dat de visstand goed blijft. Daar zorgt hij voor door juist te vissen op grote vissen en de kleinere te laten zwemmen voor later. Dus wat gebeurt er als je alleen op de grote criminelen jaagt? Juist, je laat de kleine criminelen gaan, zodat zij ook groot kunnen groeien. Het werkt net als een ecosyteem. Het grote vissenbeleid zorgt voor een welig tierende drugshandel. De drugshandel wordt zo duurzaam in stand gehouden. Je kan er zo een certificaat opplakken. Een handel die er voor zorgt dat onze kinderen bijna net zo makkelijk aan drugs komen, als wij in onze dagen aan een biertje.

Onlangs sprak ik een ex-verslaafde. Een bloem van een Urker meid, geknakt maar op de weg terug. Waar de verslaving begon? ‘Stoer zitten bij een groep jongens in de sporthal, begon met een biertje. Van het een kwam het ander. Van deze zogenaamde vrienden kreeg ik alles’. Daar ligt de wortel. Niet bij die topcrimineel in een veel te kleine zwembroek op een veel te groot jacht. De wortel is juist dichtbij, op plaatsen waarvan je denkt dat zoon en dochter veilig zijn. Laat daar het OM zich op richten. Met alle kracht. Ook de dealer op straat aanpakken. Actie ondernemen naar aanleiding van meldingen van burgers. Probleem aanpakken waar het begint.  Dan kan pas destructief worden gevist, effectief het kwaad aanpakken. Dat is vissen voor volk en vaderland.

De waarde van het Hoffmann-rapport

Donderdag 5 februari 2015 is het rapport van Hoffmann Bedrijfsrechercheurs besproken in de gemeenteraad van Urk. De resultaten van het onderzoek naar het lekken van informatie over het Berechja College naar de pers. Geen dader is gevonden. Wel een 13 pagina’s tellend document met genoeg munitie voor een avond moddergooien in de gemeenteraad. Een avond om snel te vergeten. Het liefst deed ik dat op dat moment ook met het rapport. De uitgebreide versie had ik nog niet gelezen. De verkorte versie had mij al boos gemaakt. En boos was ik, oprecht boos, nog nooit was ik zo boos.

Dit weekend heb ik eindelijk de tijd en kracht gevonden om ook de uitgebreide versie te lezen. Gelukkig mij zelf hervonden en met relativerende blik las ik het document, dat af en toe weg had van een spannend jongensboek. Met mijzelf nota bene als één van de hoofdrolspelers in een mislukte coup om een wethouder omver te werpen. Kennelijk circuleren er verhalen in het geruchtencircuit die de moeite waren om aan het papier toe te vertrouwen. En bij nader inzien ben ik blij dat Hoffmann dit gedaan heeft. Hoffmann heeft nl. iets gedaan wat bij mijn weten nooit eerder iemand heeft gedaan: het op papier zetten van roddels die binnen de plaatselijke politiek en de ambtenarij rondgaan.

Zonder afstand te doen van de persverklaring van het CDA, is dat de waarde en de kracht van het rapport Hoffmann. Het rapport laat zien tot welke vergaande complottheorieën roddels kunnen leiden. En welke gevolgen dit weer heeft voor het nemen van besluiten. En zeker in de laatste weken op Urk zelfs met paranoïde trekken. Nu het debat achter ons ligt over het Berechja College en het Hoffmann-rapport zal de gemeenteraad zich zelf moeten hervinden, met alle 17 raadsleden. Aan het werk om voor de burger dat te doen waarvoor we gekozen zijn. Niet met ons zelf bezig te zijn, maar met onze plicht.

Daarvoor is het nodig dat wij stoppen met roddelen. En ik zeg wij, want ik sluit mij daar ook bij in. Roddelen is zo makkelijk en is onderdeel van onze cultuur. Begint vaak met een grapje, maar voor we het weten leidt het een eigen leven. Het Hoffmann-rapport is daarvan het bewijs. Laten we als raadslid elk 1/17 deel van de schuld op ons nemen en voortaan ons baseren op feiten in plaats van fictie. We hoeven dan geen excuus van elkaar af te eisen, maar wel vergeven en ons voor vergeving open te stellen. Als we die slag kunnen maken zal dat leiden tot herstel van onderling vertrouwen, kunnen we samen zorgen voor een integer bestuur met openheid naar de burger zonder lekken. Dan luisteren we weer naar elkaar en wegen we de argumenten. Alles met het oog voor ons mooie Urk.

Dan komt ook het moment dat de burger ziet dat wij wel voor hen bezig zijn. Dat het vertrouwen herstelt. Dat we weer zonder ons te schamen kunnen zeggen dat we gemeenteraadslid zijn op Urk. Als dat de lessen zijn die we trekken uit het Hoffmann-rapport, dan heeft deze haar nut bewezen.  Dan is het geen weggegooid geld geweest, maar een bijdrage in de keerpunt van de Urker politiek. Een keer ten goede, met dank aan Hoffmann. Een keer die maakt dat de politiek op Urk christelijk genoemd mag worden. Uiteindelijk besturen wij Urk bij de gratie Gods.

Lang leve ons lekenbestuur

Als Nederlander heb je het voorrecht te leven in een democratie. Eén van de belangrijkste kenmerken van onze vrijheid. De democratie het meest dichtbij is de gemeenteraad. De burger kiest wie er in komt. De verkiezingen leveren een gemeenteraad op die een afspiegeling is van de samenleving. Een afspiegeling uit alle lagen van de bevolking, verschillende achtergronden en uiteenlopende opleidingsniveaus. Dat is het mooie van de democratie. Het gaat niet om wie de grootste knip heeft of wie een titel heeft. Diploma is niet nodig. Mandaat van de burger is genoeg.

We spreken daarom in ons land ook wel van een lekenbestuur. Op zich goed, want voor een leek is het makkelijker om onbevangen een dossier in te duiken. Ik ga dus niet een pleidooi houden om te kiezen  voor het raadslid met de hoogste diploma’s. Uit ervaring weet ik dat een beetje kennis wel handig is, maar het is niet zaligmakend. En dan zijn er nog genoeg dossiers waarin ik gewoon een leek ben, gelukkig.

Wat voor een raadslid veel belangrijker is dan opleiding en kennis, is het serieus nemen van zijn eed. Hij of zij heeft’ ja’ gezegd tegen God. Dat is niet mis. Deze eed serieus nemen betekent werk maken van het dualisme. Dat betekent dat elk voorstel door alle partijen in de raad kritisch moet worden beoordeeld. Dat niet de partijen die een wethouder hebben geleverd, fungeren als een applausmachine van diezelfde wethouder. En ook niet dat zij fungeren  als de mantellegger van de liefde of deksel van de beerput.  Zij behoren juist kritisch te zijn. Dat als zij een dossier niet begrijpen dat eerlijk zeggen. Dat het college net zolang uitleg geeft totdat iedereen het begrepen heeft. Leek zijn is niet erg, zolang  je maar bereid bent om te leren en zaken die mis zijn gegaan bespreekbaar worden gemaakt.

Als bovenstaande wordt bereikt dan kan het lekenbestuur haar werk als gemeenteraad van Urk naar behoren uitvoeren. Dan kunnen de leden  de nieuwe taken aan met betrekking tot de zorg die op het  bord van gemeente komen te liggen. Er moeten belangrijke besluiten genomen gaan worden waar miljoen mee zijn gemoeid. Kleine fouten leiden tot grote gevolgen voor de burger die zorg nodig heeft. Als ik 19 maart het mandaat van de kiezer krijg, wil ik daar vooral werk van maken. Een kwaliteitsslag in de besluitvorming. Dat is belangrijk voor het vertrouwen van de kiezer. Dat verdient de kiezer die heeft gestemd.  Veel verandering vraagt dit niet. Misschien wel een koerswijziging. Bovenal echter: het serieus nemen van de eed. Lang leve de leek die zijn werk serieus neemt! Hier begint de christelijke politiek, gewoon bij jezelf. Daar begint de christelijke politiek, juist binnen een democratie waarin iedereen de ruimte heeft.

verkiezingsavond Urk 2010, Bron: Urkerland

Politieke puls

pulskor

Nederland mag toch 42 extra viskotters een ontheffing geven voor het mogen vissen met de pulskor. Een visnet dat met name tong door een elektrische puls van de zeebodem haalt. Een duurzame visserijmethode als alternatief voor de tongvisserij met de boomkor. Voor de 42 ontheffingen is heel hard gevochten in Brussel. Hard voor gevochten door kamerleden van onder andere CU, SGP, CDA en VVD. Hard voor gevochten door Europarlementariërs van dezelfde fracties. Uiteindelijk hard voor gevochten door staatssecretaris Dijksma van Economische zaken. Hulde aan deze harde werkers.

Achter de schermen hebben veel personen zich hard gemaakt voor het belang van de pulskor. Ten eerste de visserijsector zelf. Ten tweede en niet minder belangrijk: de plaatselijke fracties binnen de gemeente Urk en andere visserijgemeente van onder andere CU, SGP, CDA en VVD.  Zij waren het die de kamerleden en de Europarlementariërs hebben geïnformeerd over het belang. Zij waren het die de politieke heren en vrouwen tot het bot hebben gemotiveerd om te gaan voor de Nederlandse visserij.

Het dossier pulskor laat zien hoe belangrijk partijen in de gemeenteraad zijn die ook landelijk zijn vertegenwoordigd.  Op Urk zijn dit nu  CU, SGP en CDA. Tevens doet de volgende verkiezingen de VVD mee. Zij hebben lijnen rechtstreeks naar de provincie, Den Haag en Brussel. Uiteindelijk wordt in Brussel beleid gemaakt wat ons rechtstreeks raakt.

Om die reden is het in het belang van Urk dat landelijke partijen als CU, SGP en CDA zijn vertegenwoordigd in de gemeenteraad. Alle goede bedoelingen van de uitsluitend plaatselijk opererende partijen ten spijt: hun invloed houdt in de regel bij ‘einde bebouwde kom’ op. Die missen de politieke puls.

En juist die politieke puls is zo belangrijk. De Urker die op 19 maart kiest voor CU, SGP, CDA of  VVD geeft zelf een puls naar Den Haag en Brussel. Net dat schokje dat helpt voor een beter beleid. Graag pulst onze fractie van het CDA de komende vier jaar weer mee. Als u het ons geeft met een zetel meer, een zetel extra voor meer pulskracht. Bij voorbaat mijn dank.

Ode aan de schoolmeesters

Nog niet zolang geleden stond het CDA op Urk te boek als schoolmeesterspartij. De ruggengraat in de fractie werd gevormd door mensen die in het dagelijkse leven voor de klas stonden. Voor de tweede keer alweer staan nu ondernemers op de plaatsen 1 t/m 4 op de kieslijst. Een logisch vervolg op het verleden of een definitieve trendbreuk? Om het heden goed te begrijpen moet je de geschiedenis kennen.

Schoolmeesters zijn mensen met een hoge opleiding. Zij hebben feeling met de jeugd en in de regel goed in staat om welbespraakt een item voor het voetlicht te brengen. Daarmee heeft het CDA altijd al de trend gezet dat de politiek een professionele en serieuze zaak is. Een maatschappelijke verantwoordelijkheid die door capabele mensen moet worden vervuld.

De schoolmeesters van het CDA deden en doen echter meer dan politiek bedrijven. Ze gaven ook les. Niet alleen droge leerstof, maar hielden ons ook voor dat er meer is in het leven dan visfileren. Zij zijn de basis ervan geweest dat mijn generatie gemiddeld beter is opgeleid dan de generatie daarvoor en de generatie na mij nog beter. Daarom zijn er nu goed ontwikkelde ondernemers, die klaar zijn voor de politiek. Een politiek met andere vraagstukken als toen. Een politiek waar juist ondernemerschap van toegevoegde waarde is. Een must om het CDA van toen ook in de toekomst een ondernemende partij te laten zijn. De politiek vraagt om bijzondere kennis die gehaald moet worden van ondernemers uit een specifiek vakgebied. En daarom is het goed dat er nu vier (zeer verschillende) ondernemers bovenaan in de lijst staan. Ondernemers die samen met de andere fractieleden een geweldig team vormen. Met dank aan de schoolmeesters!

De arbeider is zijn loon waardig

Het CDA heeft de invoering van de vlaktaks nadrukkelijk in haar verkiezingsprogramma staan. Dit houdt in dat, ongeacht wat je verdient, je een vast percentage belasting betaalt van ongeveer 35%. Een belastinghervorming van formaat die het huidige ingewikkelde belastingstelsel een stuk zal vereenvoudigen. Ingewikkelde aftrekregelingen worden afgeschaft en daarvoor in de plaats één belastingschijf. Alleen dat al is een enorm voordeel. Maar wat betekent het voor de hardwerkende Nederlander?

Voor de hardwerkende Nederlander betekent dit dat hard werken wordt beloond. In het huidige belastingstelsel wordt dit nog te veel afgestraft. Meer uren werken betekent immers wel bruto meer verdienen, maar wat houd je er netto aan over? Nu betekent meer werken vooral werken voor de fiscus. Bij de vlaktaks weet je waar je aan toe bent. Over elke € 100,00 betaal je evenveel belasting ongeacht of je die met gewone uren of overuren hebt verdiend.

Dat is goed nieuws voor mensen die met hard werken onze economie draaiende houden. In het bijzonder geldt voor de mensen die in nacht- en onregelmatige diensten moeten draaien. Van het meergeld wat dit oplevert, wordt nu nog door de fiscus een onevenredig groot deel afgeroomd. Dit laatste wordt door linksere partijen  ‘eerlijk verdelen’ genoemd, maar  gaat voorbij aan het principe ‘de arbeider is zijn loon waardig’.

Jammer dat niet veel meer partijen pleiten voor de vlaktaks. Naast het CDA vindt het idee alleen ingang bij VVD en SGP. Voor een invoering zal dit in de komende kabinetsperiode niet genoeg zijn, maar mogelijk komt het wel een stapje dichterbij.  Het CDA heeft in ieder geval het lef gehad om het op te nemen in haar programma. Een goede reden voor de hardwerkende Nederlander om zijn of haar stem te geven aan het CDA.

Rechts DNA

Urk is rechts, de meest rechtse gemeente van ons land. Zo rechts dat mijn partij, het CDA, ongeveer de meest linkse partij is in de gemeenteraad. Ook de CU op Urk is behoorlijk rechtser dan de landelijke stroming. Dat blijkt ook wel uit de coalitie die de CU op Urk gesmeed heeft met HvU (afsplitsing SGP) en de SGP. Ruimte op links? Voorlopig niet. De volgende raadsverkiezing doet wel de VVD voor het eerst mee, maar geen PvdA, GL, D66 of SP. Ook een PVV zie ik voorlopig geen vast voet aan de grond zetten. Zij zitten te vaak op één lijn met de Partij voor de Dieren en staan op te veel onderwerpen wel erg dicht bij de SP.  Daar moeten ze op Urk niets van hebben. Hoe komt het dat Urk zo rechts is?

Voor een tip van de sluier ga ik terug naar 1982. De tijd van de koude oorlog. Op Urk kwam je overal de sticker tegen ‘Liever een raket in de tuin, dan een Rus in de keuken’. Ik zat in de klas (groep 6) van meester Eppie Dam. Een leuke meester, die beregoed kon vertellen. Als hij op dreef was dan hing je aan zijn lippen. Zo ook op die morgen aan de vooravond van de Falklandoorlog. Een Britse oorlogsvloot had koers gezet naar de Argentijnse kust. Beelden op het journaal lieten juichende Engelsen zien. Juichend bij het vertrek van de marineschepen uit de haven. Meester Dam begon erover na het bijbelverhaal. Hij was heel verdrietig en ook boos hoe dit nu mogelijk was. Juichen voor millitairen die anderen dood gingen schieten of zelf om zouden kunnen komen. Zijn betoog met een pathos waar menig predikant kerken vol mee zou kunnen preken, sloot hij af met het amen: “Juich nooit voor een millitair”. Daarna keek hij  de klas rond. Iedereen was muisstil. Zo die boodschap was geland…… Opeens riep iemand: “Een suldoatenjeep”. Iedereen van zijn plek, stoelen vielen om en met zijn allen voor het raam van de oude Rehobothschool. We juichten of alsnog Nederland het winnende doelpunt had gescoord in de WK-finale van 1978. Twee dienstplichtige Urkers zwaaiden vanuit de open jeep vrolijk terug. Meester Dam was daarna stil, heel stil. We werden snel aan het rekenen gezet.

Ik zal niet beweren dat Eppie Dam links is. Bovenstaande is maar een voorbeeld, een momentopname. Wel maakt het duidelijk dat ‘linkse’ boodschappen al op jonge leeftijd niet aan ons waren besteed. Rechts zit ons gewoon in de genen.

Worstelen om een feest

In de korte tijd dat ik nu in de gemeenteraad zit, lopen de begrippen APV, feest en evenement als een rode draad door mijn nog korte politiek carrière. Het CDA volgt met argusogen de gang van het college en de burgemeester als het gaat om het mogelijk maken van evenementen. Een zorg die terecht is, zo is het afgelopen jaar wel gebleken. Het is hard knokken voor een feestje bij een college met SGP en het sterk aan SGP gelieerde Hart voor Urk. In deze column zet ik alle worstelingen met feest van het afgelopen jaar nog een keer op een rij.

Koninginnenacht
Het begon in januari 2011 direct al heel heftig. Het college bleek zich inhoudelijk te bemoeien met de muziekkeuze van de Oranjestichting voor het evenement in de koninginnenacht. Nadat de burgemeester in het vragenuur deze inhoudelijke bemoeienis rechtvaardigde, diende het CDA een motie van treurnis in tegen het college. Een redelijk zwaar middel, maar nodig om een meer dan duidelijk signaal af te geven. Schoenmaker blijf bij je leest, wethouders blijf bij je taak en burgemeester doe wat je moet doen. Gelukkig ging het evenement op koninginnenacht door. Achteraf gezien één van de weinige zaken die in die roerige koninginnenacht wel succesvol zijn verlopen.

Striptease
Toen was er opeens dat café waar op een après-skiparty een professionele stripact werd uitgevoerd. Achteraf denk ik allemaal wat uitvergroot, maar prompt kwam er een stripteaseverbod in de APV. Een verbod dat overigens na aanpassing is gesteund door het CDA. Voor sommige zaken moet wel paal en perk worden gesteld, mede gelet op het relatief jonge publiek wat de plaatselijke horecagelegenheden bezoekt. Lees meer hierover in de column ‘Politieke Keuzes en Principes’.

Fest
In de zomer van 2011 was daar opeens Fest, een feest dat wel doorging zonder politiek gedoe. Het leek erop dat dit keer de burgemeester het heft goed in handen had genomen en conform de wettelijke kaders vergunning heeft verleend. Fest was een evenement waarin regionale talentvolle bands een podium kregen om op te treden. Overigens was er wel commotie rondom dit feest, maar dit keer door een groot aantal predikanten. Iets waar ik minder moeite mee heb. Vanuit hun perspectief doen deze mensen hun werk en dat hoort ook bij vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Dat neemt niet weg dat ik de benadering van de predikanten eenzijdig vond en daarover heb geschreven in mijn column ‘Fest op Urk’.

Feest met of zonder geluid
Vlak voor de zomer kwam het college met een beleidsregel voor evenementen op de proppen. De geluidnorm voor evenementen zou voortaan maximaal 55 decibel zijn. Voor het CDA was dit direct duidelijk: einde van alle evenementen binnen de bebouwde kom. Een theeparty op fluisterniveau zou misschien nog net kunnen en dan houdt het op. Het CDA heeft dan ook hier krachtig tegen geprotesteerd en het college beloofde beterschap. Zeggen en iets doen zijn twee verschillende dingen. Winkelcentrum Oud Urk kreeg voor 30 september 2011 vergunning voor een modeshow. Geluidnorm 55 decibel en de gemeente zou dit ook controleren. Gelukkig kent Urk ook weigerambtenaren. Na het meten van een forse ‘overschrijding’ bleef de stekker in de geluidinstallatie. Wel stonden de organisatoren met het zweet in hun hemd. Na kritische vragen van het CDA over dit evenement sprak de burgemeester eindelijk duidelijk taal. De norm zou voortaan 85 decibel zijn en voor bepaalde festiviteiten zelfs nog hoger. Geluid is dus niet meer een excuustruus om evenementen tegen te houden of te verbannen naar een afgelegen oord.

Laat-maar-liggen-risico
Voor een evenement is een vergunning nodig. Deze moet op tijd zijn verleend, want het evenement is afhankelijk van een datum. Wat als de aanvraag in een la verdwijnt? Dan wordt hij  automatisch van kracht na acht weken. Dat zou per 1 januari 2012 het geval geweest zijn door een nieuwe wet. De gemeenteraad gooide echter roet in het eten door de APV aan te passen. Hierdoor wordt een evenementenvergunning niet automatisch van kracht, al blijft de aanvraag een jaar liggen. SGP en HvU: ‘Stel dat daardoor per ongeluk een evenement wordt vergund waar wij principiële bezwaren tegen hebben’. Te gek voor woorden, want principiële SGP-bezwaren bezwaren zijn geen geldig criterium bij het al dan niet verlenen van een evenementenvergunning. Het geeft wel aan dat maar al te graag oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de vergunningverlenende bevoegdheid om iets  tegen te houden. Helaas kan het bewust laten liggen van een aanvraag ook voor die reden worden gebruikt. Al ga ik niet direct uit van dit laatste. Het CDA zal dit in ieder geval scherp in de gaten houden.

Jaarwisseling 2011/2012
En dan de jaarwisseling 2011/2012 in de nacht van zaterdag op zondag. Zonder aanvraag en zonder vergunning was daar een grandioos feest. De legale horeca was oudejaarsavond en –nacht gesloten. In het kader van de ‘zondagsrust’ werd door de burgemeester geen verruiming van de openingstijden gegund en ook het inloopverbod na 24.00 uur zou niet worden opgerekt. Eigenlijk heel vreemd, want het woord ‘zondagsrust’ komt niet één keer in de APV voor. En zeker met welk een kramp het wordt toegepast door het huidige college is het ook niet het zelfde als ‘openbare orde’. Het is meer van ‘voor de zondag hoor je thuis te zijn, niet meer te werken, te feesten etc.’. Dat is de ander de maat nemen en daarmee maak je de openbare orde ondergeschikt aan de zondagsrust in enge zin. Dat is niet de zondagsrust die wordt nagestreefd door het CDA, althans niet vanuit het publieke belang. Rust krijg je door elkaar de ruimte te geven op basis van wederzijds respect. Die ruimte heeft de jeugd, zij het nog illegaal, genomen met oudejaarsnacht 2011. Resultaat: Oudejaarsnacht verliep rustiger dan ooit, nog rustiger zelfs dan een normale nacht van zaterdag op zondag. Hoop dat de andere partijen dit ook hebben gezien. Dan hoeven we niet eerst te wachten op de volgende verkiezingen, want in 2012 hebben we een goed horeca- en uitgaansbeleid al meer dan hard nodig.

Poeren in de haven

Vissen in de haven is al zo oud als de haven van Urk is. Een visser in de haven zou je in die zin kunnen zien als een stuk levend cultureel erfgoed. Iets om te koesteren, iets wat sprekend past bij een visserijgemeenschap als Urk. Toch moesten we als gemeenteraad even flink op de bres om te voorkomen dat poeren (Urker woord voor hengelen) uit het havenbeeld zou verdwijnen. Een motie van HvU, SGP en CDA die zowel ruimte gaf aan sportvisser als watersporter werd anders uitgevoerd door het college. Er kwam een voorstel om de Havenverordening zodanig aan te passen dat vissen in de haven vanaf alle steigers verboden zou worden plus een straal van 10 m daaromheen.

In mijn gedachten zie ik mijn vader, oud-visserman, staan poeren op de steiger bij de IJsselmeervisafslag of op het nog aan te leggen plankier langs de dam. Om vervolgens bekeurd en weggestuurd te worden door  Jan van Jurie (havenmeester). Iets wat de havenmeester helemaal niet wil. Iets wat we met zijn allen niet willen. Wel het scenario wat het gevolg zou zijn als we met het voorstel van het college zouden instemmen. Gelukkig zit er nog zoveel vissersbloed in de gemeenteraad dat het voorstel van het college flink werd aangepast. Raadsbreed werd een amendement aangenomen die poeren in de hele haven mogelijk maakt met uitzondering vanaf de drijvende steigers. Langs de kade en op de vaste steigers mag wel worden gevist. Gelukkig maar, want als het cultuurhistorische plankier er toch moet komen in tijden van bezuiniging, dan niet een plankier zonder vissers. Want een plankier zonder visser, is als een podium zonder voorstelling.